Ik had al verteld dat we ieder jaar meedoen aan het concours. Je kan ook meedoen aan het solistenconcours, dan speel je dus iets alleen of met een klein groepje. Ik heb jarenlang een duo gevormd met Remon, en we waren meestal ook goed genoeg om naar de Kampioenswedstrijden voor solisten te mogen gaan. Helaas is het ook in de amateurmuziek zo dat er veel aan vriendjespolitiek gedaan wordt, en is het in 9 van de 10 gevallen zo, dat de kampioen uit Limburg of Brabant vandaan komt. Eigenlijk hebben we dus nooit een schijn van kans gehad om kampioen te worden. Want er waren altijd wel Limburgse tegenstanders in onze afdeling. Behalve dan in 1996, toen is het ons dan eindelijk gelukt om kampioen te worden. We speelden toen een stuk dat 10 minuten duurde, en we hadden heeeel veel instrumenten nodig, als we alles netjes neerzetten, dan hadden we zo'n stuk van 4 bij 5 meter nodig.... Hier op de foto zie je ons trouwens bezig met ons 'kampioensnummer'.

Ik heb ook nog een jaartje bij het leger gezeten, om mijn dienstplicht te vervullen. Ook daar had ik de mazzel dat ik bij de muziek kon spelen. Dat betekende dus iedere dag repeteren, en elke week zo'n 2 a 3 optredens op verschillende kazernes. Dat was dan meestal zoiets als een familiedag of als er beroepsmilitairen de eed moesten afleggen.

Ik zat in dienst bij 13painfbat, gelegerd in Schalkhaar (bij Deventer) en daar waren we beter bekend als het garde regiment Prinses Irene, of gewoon kortweg de Irenebrigade. Dat was in de oorlog opgericht, en in de tijd dat ik in dienst zat bestond het 50 jaar, en werd dat uiteraard op grootschalige wijze gevierd. We deden dat jaar ook mee aan de Taptoe Breda, en daar mochten wij opdraven met oud-strijders van de Irenebrigade, inclusief oude legervoertuigen uit WO2. We moesten toen ook de gevechtspakken uit die tijd aan, dat was wel een warme bedoening, want het meeste was gemaakt van wol, en juist met de Taptoe was het boven de 25 graden!